Vette internetspot

Ik mag een internetspotje inspreken voor een telefoonmerk. Leuk! Er is muziek waar ik overheen moet praten, altijd lekker, want je zit meteen in een soort flow.
Eerst is er een dialoogje te horen tussen twee tieners. Die dingen zeggen als: “dik zeg, deze muziek.” Ik vraag aan mijn opdrachtgever: “Kunnen we daar geen ‘vet’ van maken?” “Vet is uit,” zegt mijn opdrachtgever. Ok, dat is nieuws, dik is dus het nieuwe woord, weer wat geleerd! Nu nog als een frisse, malse, jonge tiener klinken. Uche-uche. Ik begin een beetje te zweten. De opdrachtgever hangt aan de lijn: “Heb je al wat?” Ik mail hem het ingesproken materiaal. Hij kijkt of mijn zinnetjes matchen met die van de jongenstiener. (die daadwerkelijk een tiener is)
Even later belt hij terug: De laatste zinnen, waarin ik een actie aanprijs, moeten opnieuw. Er zit een foutje in de tekst.
Met een schuin oog kijk ik op de klok. Ik moet de kindjes ophalen. Snel spreek ik nog drie nieuwe versies in, een vrolijke, eentje die wat stoerder is, en een zwoele. De muziek werkt lekker opzwepend. Even later belt mijn opdrachtgever: “Klinkt dik.”
Fijn! En nu de hoomstudio ontmantelen en als een dolle op de fiets naar de creche!